Goed contact
De introductietijd is voor veel studenten een periode van flinke overgangen. Vaak spelen alcohol en drugs daar een rol in. Daarom zou er in elke studentenstad contact moeten bestaan tussen de introductiecommissie, de onderwijsinstellingen en de verslavingszorginstelling. We geven enkele voorbeelden van hoe dit contact tot stand kan komen:
 
Training mentoren
Geef mentoren vóór de introductieperiode een training, met aandacht voor:
  • de effecten en risico’s van alcohol
  • het alcoholbeleid
  • de voorbeeldfunctie van mentoren
  • minderjarige deelnemers tijdens de introductie
Jellinek Utrecht heeft goede ervaringen opgedaan met deze manier van werken.
 
Voorlichting
Zorg voor een infostand op de informatiemarkt tijdens de introductieweek en deel informatie uit. Let er wel op dat de contactinformatie van de lokale IVZ gebruikt wordt. Informatie over specifieke middelen kan het best verspreid worden via organisaties zoals Unity, of door de studentenpsycholoog verstrekt worden in een-op-een contacten.
 
Beleid introductietijd
De meeste introductiecommissies hebben een alcohol- en drugsbeleid. Instellingen voor verslavingszorg kunnen goed adviseren over dat beleid. Denk aan:
  • handhaving van NIX18 – leg ook verantwoordelijkheden vast
  • schenktijden van alcohol – beperk het zoveel mogelijk tot de avond
  • prijsstelling, dus niet goedkoper dan fris – let ook op het soort alcohol
  • assortiment - zorg voor aantrekkelijke alcoholvrij alternatieven
  • reclame/sponsoring van alcoholmerken
  • alternatieve subsidie bij onderwijsinstellingen
 
 
Wat is effectief alcoholbeleid?
Aan alcoholgebruik ligt altijd een combinatie van factoren ten grondslag. Goed alcoholbeleid is dus nooit alleen gericht op het individu, maar heeft aandacht voor de volgende  componenten:
 
1. Beschikbaarheid van alcohol beperken: zorg voor duidelijke regelgeving en naleving van de wet- en regelgeving.
2. Beinvloeden van de sociale norm: buig impliciete alcoholnormen om en ondersteun dit met educatie en deskundigheidsbevordering.
3. Signaleren van probleemgevallen: wees alert op signalen van problematisch gebruik, breng het ter sprake en verwijs door naar zelfhulp of laagdrempelige zorg.
4. Samenwerking en visieontwikkeling: laat het niet bij eenmalige activiteiten.
 
In de inspiratiesheet voor het hoger onderwijs staan deze punten verder uitgewerkt.